Elk bedrijf heeft zijn eigen manier van praten en zijn eigen
woordgebruik. Ook als het aankomt op testen. Het plaatselijke testdialect is
vaak een combinatie van woorden van het domein waarbinnen het bedrijf actief
is, woordgebruik binnen de meest gebruikte applicaties en (test)tools en het
meegebrachte woordgebruik van de plaatselijke experts. Als je het plaatselijke
testdialect nog niet spreekt, kan dat de communicatie flink bemoeilijken.
Neem het woord testplan. Door mijn carrière heen heb ik dit
zien gebruiken met drie betekenissen.
1.
Een aan het begin van een project opgesteld
document, waarin het gehele testproces beschreven stond, meer een soort plan
van aanpak/risicoanalyse
2.
Als vervanging voor het woord testscript, dus
een document dat stap voor stap beschrijft welke handelingen tijdens testen
uitgevoerd moeten worden
3.
Als verwijzing naar een collectie testen binnen
een testautomatiserings- of devops tool
Hopelijk kan je je dan voorstellen dat de vraag “Moeten we
het testplan gebruiken?” heel anders beantwoord wordt bij elke betekenis. En je
antwoord niet begrepen wordt, als de vraagsteller een andere betekenis in zijn
hoofd heeft.
Het grootste gevaar van het plaatselijke testdialect is dat
het gebruik daarvan vaak onbewust is. Men staat er niet meer bij stil of weet
oprecht niet dat een woord ook andere betekenissen kan hebben. Men staat er
niet bij stil, dat bepaalde testgewoontes of tradities binnen andere bedrijven,
programmeertalen of tools best wel eens anders genoemd kunnen worden. Waardoor
men onbewust vragen stelt of meningen geeft, die op een hele andere manier
opgevat kunnen worden, dan oorspronkelijk de bedoeling was.
Ik ben net begonnen met een nieuwe baan, begonnen in de detachering
en begonnen met een nieuwe opdracht. Dat maakt dat ik hier op dit moment zeer
sterk tegenaan loop. Gesprekken lopen soms moeilijker, waarbij soms ik, soms
mijn gesprekspartner, soms beiden niet beseffen dat woorden en zinnen voor ons
andere betekenissen hebben. Maar ik merk wel op dat het gesprek niet vloeiend
verloopt. Alsof je een beetje langs elkaar heen loopt te praten.
Laat me duidelijk zijn: meestal is dat geen ernstig
probleem. Je brengt het onderwerp later nog een keer ter sprake. Of naarmate je
het bedrijf beter leert kennen, begrijp je beter hoe woorden en zinnen gebruikt
worden. Het merendeel van mijn gesprekspartners zien het feit dat ik “rare
antwoorden geef” of “bepaalde begrippen niet weet” niet automatisch als signaal
dat ik niet zo goed ben in mijn vak als ik me voor doe. Maar helaas gebeurt het
toch met enige regelmaat dat ik door “verkeerd woordgebruik” als tester lager
wordt ingeschat.
Jaren geleden had ik een sollicitatiegesprek waarin mij gevraagd
werd of ik binnen testautomatisering wel eens POM toepaste. Omdat ik de term
niet kende, ging ik ervan uit dat ik dit ook niet deed. En ik voelde
onmiddellijk dat dat antwoord een min punt was. Toen ik later de term opzocht en
ontdekte dat het Page Object Model was, dacht ik achteraf: “Is dat alles? “ Je
hoeft de term POM niet te kennen, om op het idee te komen dat centraliseren van
selectors voor elementen op een webpagina de onderhoudbaarheid van je code
vergroot. En dat deze vervolgens groeperen per pagina een logische keuze is. Zelf
zou ik dan ook de voorkeur geven aan een vraag, die meer vaardigheden dan
woordgebruik checkt: Hoe zorg je dat je testautomatiseringscode goed
onderhoudbaar blijft?
Ik vind dat we als testers altijd in ons achterhoofd moeten houden
dat ieder van ons een plaatselijk test dialect spreekt. En daarom moeten
onthouden dat “een raar antwoord krijgen” niet meteen inhoud dat een tester
niet weet waar die het over heeft. Ook zou ik graag zien dat de vraag “Ik ken
dat woord niet” als iets positiefs wordt gezien en niet als bewijs van gebrek
aan senioriteit. En als laatste zou ik er sterk voor pleiten, dat we als testers
onderling minder praten in “Gebruik je X” of “Doe je Y”, maar meer in “Hoe zorg
je ervoor dat?” of “Welke stappen nam je om tot dit resultaat/besluit te komen?”
Niet alleen zie ik hier mogelijkheden om spraakverwarring te voorkomen.
Daarnaast voorkom je dat mensen door puur “woorden uit het hoofd leren” als senior
over kunnen komen.