In de testwereld komt het met enige regelmaat voor dat er 1 tester in een team zit. Het bedrijf is te klein voor meerdere testers per team, maar te groot om één centrale tester te laten volstaan. En toch wil je deze samen brengen, om de organisatie als geheel verder te brengen. Maar er kan ook een andere situatie zijn, die b.v. senior testers uit verschillende organisaties samenbrengt. In beide gevallen gaat het om testers, die gewend zijn zelf de touwtjes in handen te hebben. Individuen, die meestal zelf beslissingen nemen, zeker als het op testen aankomt.
Wat ik in de praktijk vaak heb zien gebeuren, is dat er een
groep testers samenkomt, met ieder eigen ideeën en prioriteiten. De kans is
groot dat iedereen zijn eigen lijn blijft volgen. Het zijn wat ik noem, losse
testers, en dat is geen belediging. Juist die zelfstandigheid maakt hen vaak
sterke senior testers of effectieve solisten binnen hun team.
Maar wie testen wil versterken binnen een organisatie of
project, heeft meer nodig dan individuele kracht. Een verzameling losse testers
verandert weinig. Pas wanneer zij als groep optrekken, kunnen patronen worden
doorbroken en structurele verbeteringen worden gerealiseerd.
Mijn ervaring is dat testverbetering niet ontstaat door één
dominante visie, maar door het samenbrengen van verschillende vakmatige zorgen.
Wanneer iedere tester de ruimte krijgt zijn belangrijkste punt in te brengen,
ontstaat er balans. Niet omdat iedereen gelijk heeft, maar omdat verschillende
perspectieven elkaar corrigeren en aanvullen, zoals binnen een Scrum team
techniek, kwaliteit en klantwaarde elkaar in evenwicht houden.
Ik werk in zulke situaties vanuit de redenering, dat ik
anderen niet direct kan veranderen. Het enige wat ik kan proberen is mijn eigen
gedrag anders te laten zijn, met de hoop anderen mee te krijgen. En bij een
groep losse testers begint dat met luisteren. Wat is belangrijk voor mijn
mede-tester? Waar willen ze graag tijd aan besteden? Willen ze nieuwe tools inzetten?
Willen ze documentatie verbeteren? Testautomatisering verbeteren? Van daaruit
gaat dan mijn belangrijkste regel in werking: “Wat belangrijk is voor hen, is
belangrijk voor mij.” Geen discussie over “Is er niet iets belangrijkers?”.
Maar ik stel een deel van mijn tijd beschikbaar, om hen te helpen hun doel te bereiken.
En dat voor iedereen in de groep.
Ik ben van nature geneigd mijn mening stevig neer te zetten.
Ervaring geeft overtuiging. Maar ik heb ook gemerkt dat gelijk krijgen niet
hetzelfde is als samen verder komen. Juist door ruimte te maken voor andere
perspectieven ontstaat meer draagvlak. Vaak ook met betere oplossingen dan ik
zelf had bedacht.
Daarnaast is er voor mij iets anders waar ik op probeer te letten.
Besluiten moeten genomen worden op basis van argumenten, ervaring, kennis,
vertrouwen. Er zijn talloze gronden waarop je besluiten kan nemen. Maar voor
groepsvorming mogen hiërarchie en macht niet bepalen welke stem het zwaarst
weegt. Hiërarchie is duidelijk. Macht zie ik vrij ruim. Dit kan ook het vertrouwen
zijn dat managers in een persoon hebben, woordgebruik om je zin door te douwen
of gewoon wegkomen met weigeren. Waarom ik hier altijd tegenin zal gaan? Voor groepsvorming
moet een situatie ontstaan waarin iedereen gelijk is. Ieder neemt zijn eigen
kennis en ervaring mee. Daardoor is iedereen binnen een groep testers ergens
expert in. Senioriteit is niet algemeen, maar thematisch. Maar dit kun je
alleen gebruiken, als een bepaalde groep mensen niet door hiërarchie of macht het
pad van de groep naar zich toe trekken. En daardoor anderen, per ongeluk of
expres, de mond snoeren.
Laat ik realistisch zijn: een groep op deze manier opbouwen
vraagt óók om macht. Zorgen dat iedereen aan het woord komt en dat ieder
perspectief ruimte krijgt, vraagt om invloed. Voor mij zit het verschil echter
in hoe je die invloed inzet. Gebruik je haar om ruimte te maken voor anderen,
of om je eigen agenda door te drukken? Balans bewaken betekent voor mij niet
bepalen wat belangrijk is, maar het proces bewaken waarin we dat samen bepalen.
Waar je wel voor op moet passen, is dat er sprake blijft van
wederzijdsheid. Er is niets mis mee om tijdelijk anderen te helpen met hun
doelen en voor de groepsvorming vooral aandacht te geven aan anderen. Maar op
de lange termijn zal er ook verandering vanuit anderen moeten komen. Meestal gaan
anderen ook je aanpak kopiëren. En ontstaat er langzaamaan een groep. Maar ook
jij hebt kennis en ervaring die bijdragen. Ook jijzelf mag je prioriteiten
inbrengen. Vraag die tijd ook op. Zeker als de groep wat langer samen is, kan
je variëren tussen momenten waarin je er voor de ander bent en momenten waarin
je tijd vraagt voor jouw kant. Juist een goede afwisseling van geven en van
nemen is de voorbeeldrol, die een team nodig heeft.
Een groep losse testers wordt geen team door afspraken of
structuur alleen. Het wordt een team wanneer invloed niet wordt ingezet om te
bepalen wie gelijk heeft, maar om ruimte te maken voor elkaars perspectief. Dat
vraagt om bewust omgaan met invloed. Niet om haar te vermijden, maar om haar
dienstbaar te maken aan het proces.
Want uiteindelijk gaat het niet om wie de meeste ervaring
heeft, maar om hoe we die ervaring samen inzetten om het testen beter te maken
dan ieder van ons afzonderlijk zou kunnen.
